Echte mannen

Een Amsterdams cafe. Mijn broer zit tegenover me. Zijn handen trillen, zijn ogen, intens blauw, schieten heen en weer. Af en toe maakt hij een onverhoedse beweging. “Adrenaline level nog skyhigh,” zegt hij op mijn vraag. “Het duurt een paar weken, dan is het uit m’n systeem.”

Hij is net terug van tien weken oorlog. Tien weken tot de tanden toe bewapende Afrikaanse veldheren. Tien weken voor het leven beschadigde kindsoldaten. Tien weken vluchtelingenkampen. Tien weken tribunalen in dorpen. Tien weken UN soldaten die doen wat ze kunnen. Tien weken meisjes van acht, meereizend met de rebellen, als seksslavin. Tien weken mannen langs de weg. In driedelig pak. Knabbelend aan een mensenarm, een spies met een hoofd erop naast ze. Tien weken waarin het iedere seconde afgelopen kan zijn en je alles en iedereen voortdurend in de gaten moet houden.

Hij laat me foto’s zien die hij met z’n mobieltje gemaakt heeft. Een groep opgefokte jongetjes van een jaar of tien, met mitrailleurs en messen kijken wild in de lens. Hij vertelt over een interview met een meisje, elf jaar. Zo beschadigd dat ze alleen nog maar kan fluisteren, in elkaar gedoken, niemand aankijkend. Hij ziet haar nog voor zich. Kan er moeilijk van slapen. Logisch dat je dan zit te stuiteren in een Amsterdams cafe. “Maar de docu is goed geworden,” zegt hij. “Veel bewijsmateriaal. Het International Crime Court kan weer een hoop arrestatiebevelen uitvaardigen.” “Waarom doe je het?” vraag ik hem. “Omdat ik er goed in ben,” is het simpele antwoord.

Terug in de trein. In De Pers staat een verhaal op de voorpagina. De echte man sterft uit. En dus moet er ‘geremancipeert’ worden. Er is iemand die daar cursussen in geeft. Hoe je weer een echte man kunt worden. Een van de dingen die je leert is koken. Nee, geen appeltaart. Echt koken. Een kip pakken, villen, in stukken verdelen en in de oven ermee. Een van de cursisten heeft er veel van geleerd. Bijvoorbeeld dat de zakken op zijn broek te ver naar achteren zitten, waardoor hij dikker lijkt dan nodig. ‘Toen ben ik voor de spiegel gaan staan en kwam ik tot de conclusie dat er voor mij misschien ook nog wel een ontwikkelingsgebied was….’ Het staat er echt. Zal ik lachen, huilen of pissig worden over zoveel onbenul?

Buiten is het grijs en stormachtig. In mij is alles in de war.

Dit bericht is geplaatst in Politiek met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *